Eentonig
Voor veel luisteraars klinkt de doedelzak eentonig. Nu kun je deze opmerking
natuurlijk afdoen door te zeggen dat dat komt vanwege de onbekendheid met de
Schotse doedelzakmuziek.
Kortom uw oren zijn nog niet gewend aan deze muziek en daarom onderscheidt u de
diverse doedelzakmelodieën niet. Dit is slechts ten dele waar.
Dat de doedelzak voor velen eentonig klinkt ligt aan het volgende:
- In een doedelzakmelodie zitten geen rusten.
Er is vanuit de zak een ononderbroken luchtstroom naar de pijpen. Om de pijpen
(de drie drones en het chanter) te laten klinken moet de lucht in de zak met de
linkerarm voortdurend op spanning worden gehouden. De luchtstroom die vanuit de
zak komt kan niet even gestopt worden. Gebeurt dit toch dan valt het
chantergeluid uit evenals het geluid van de drones.
Kortom, het spelen van één of meerdere tellen rust is op de Schotse doedelzak
niet mogelijk.
- Er wordt gespeeld in één geluidssterkte.
De lucht hard of minder hard in de zak blazen is van geen enkele invloed op het
geluidsvolume van het chanter of de drones. Er moet vanuit de zak voor een
constante stevige druk op de rieten gezorgd worden. Wordt er echter te veel
druk gegeven dan slaan de drones dicht en zal het chanter piepend overslaan.
Bij te weinig druk valt het chantergeluid weg en klinken de drones instabiel.
De geluidssterkte is dus niet te beïnvloeden door harder of zachter te blazen
of door de druk op de zak met de linkerarm op te voeren of te verminderen.
- Er is geen tot weinig variatie in klankkleur.
Een doedelzakband bestaat uit een drumcorps met een aantal sidedrums,
tenordrums en één bassdrum en natuurlijk de doedelzakspelers. De klank nu van
alle doedelzakken in een pipeband is gelijk. Er zijn geen kleine of grote
doedelzakken of lange of korte met allemaal weer een andere klank. Het streven
is juist om in een pipeband de klank van alle doedelzakken zo gelijk mogelijk
te laten klinken.
Natuurlijk zijn er wel doedelzakken met andere vormen en klanken, maar we
hebben het hier over de pipeband die gebruik maakt van de grote Schotse
Highland doedelzakken.
Bovendien zijn de pipers de enige instrumenten in een doedelzakband die de
melodieën spelen. Er spelen geen koperen, houten, of andere (blaas)instrumenten
mee in een doedelzakband.
Alhoewel het heel goed mogelijk is om een doedelzakband te combineren of te
laten samenspelen met andere instrumenten.
- De melodie wordt ondersteund door het sonore bromgeluid van de "drones".
De "drones" zijn de twee korte en één lange pijp die bij de doedelzakspeler op
de linkerschouder rusten.
In het gebrom van de drones zit al helemaal geen variatie in klankkleur of
toonhoogte.
Ze brommen tijdens het spelen onafgebroken mee en hun geluidssterkte of
klankkleur is niet te beïnvloeden tijdens het spelen.
Het geluid van de drones hoor je beste tijdens het "aanslaan" van de doedelzak.
Daarna valt het geluid praktisch in het niet als het chanter mee gaat klinken.
Tijdens het spelen valt het geluid van de drones dus bijna niet op. Echter,
valt het geluid van de drones tijdens het spelen weg, dan merk je dat je iets
mist. Kortom het dronegeluid hoort er helemaal bij.
- Het chanter heeft slechts 8 vingergaten, die 9 tonen
produceren.
Het toonbereik bestaat slechts uit 9 noten, zoals onderstaande afbeelding laat
zien.

Hoger spelen dan de hoogste noot door bijvoorbeeld harder te blazen of door één
of andere kunstgreep uit te halen met kleppen of ventielen is niet mogelijk.
Ook is het niet mogelijk om lager te spelen dan de laagste noot zoals die op de
bovenstaande toonladder staat aangegeven.
- Er wordt altijd gespeeld in A gr. t.
De Schotse doedelzakmelodieën hebben allemaal 3 "kruisen" als voortekens: een
fis, een cis en een gis. Zie weer bovenstaande afbeelding.
Toevoegen of weglaten van "kruisen" of "mollen" is ook weer niet mogelijk omdat
de toonladder uitgaat van vaste onveranderlijke vingerzettingen voor de
melodienoten.
Ondanks het feit dat er altijd 3 "kruisen" in de melodie gespeeld worden staan
deze voortekens (meestal) niet genoteerd voor aan de notenbalk van de
doedelzakmelodieën.
Zie onderstaande afbeelding van de eerste regel van de bekende melodie
"Scotland the Brave."
Spelen in een andere toonsoort gaat dus niet. Dit heeft consequenties voor het
samenspelen met andere instrumenten. Het zijn de andere instrumenten die zich
moeten aanpassen aan de toonsoort van de doedelzak.
Concluderend kun je zeggen dat Schotse doedelzakmuziek elementen in zich heeft
waardoor die muziek inderdaad voor velen enigszins eentonig klinkt. Maar de
oorzaken van die vermeende "eentonigheid" zijn zo onlosmakelijk verbonden met
de doedelzakmuziek dat hierin onmogelijk iets gewijzigd kan worden zonder het
karakteristieke en eigene van de doedelzakmuziek geweld aan te doen.
Speelwijze, gracenotes en doublings
We dringen nu door tot de techniek van de speelwijze. Aangezien er een
ononderbroken luchtstroom vanuit de zak komt, betekent dit dat noten van
dezelfde toonhoogte niet afzonderlijk gespeeld kunnen worden. Ik wil dit graag
toelichten.
Immers de luchtstroom kan niet eventjes gestopt worden om de volgende noot te
spelen die even hoog is. Dit gemis wordt nu opgevangen door het spelen van z.g.
gracenotes en doublings. Een gracenote is een 1/32 noot die tussen twee noten
van dezelfde hoogte gespeeld wordt. Zo lijkt het net of er twee afzonderlijke
noten van dezelfde toonhoogte gespeeld worden, terwijl in werkelijk één noot
door een gracenote in tweeën gesplitst wordt. Zie onderstaande afbeeldingen.
Ook staan er gracenotes tussen noten die hoger of lager staan ten opzichte van
elkaar. Zie de afbeeldingen.
Combinaties van gracenotes kunnen ook gespeeld worden z.g. doublings:
Gracenotes en doublings worden gemaakt door het zeer snel oplichten van één of
meer vingers. Deze versieringen verlevendigen de melodie en zijn een wezenlijk
onderdeel van het doedelzakspel.
Zie hieronder nogmaals een regel uit een doedelzakmelodie met de versieringen.
De aandachtige luisteraar kan deze versieringen in de muziek herkennen als
trillers, piepjes en plopjes. Echter, de meeste toehoorders zullen deze
versieringen in de doedelzakmelodieën niet herkennen. Maar als de gracenotes en
doublings weggelaten worden, voor zover dat mogelijk is, dan valt het wel op.